Voor 11u besteld, vanavond in huis
★ 9.1 | 20k+ reviews
Gratis verzending in NL vanaf €95
Op juiste temp bezorgd

Wat bepaalt de malsheid van vlees?

Als vleesliefhebber wil je het mooiste vlees kiezen. Maar wat maakt het ene stuk vlees boterzacht, terwijl het andere veel meer structuur en beet heeft? En hoe kun je zelf beoordelen of een stuk vlees mals zal zijn?

Bij BEEF&STEAK zijn we continu op zoek naar bijzonder vlees waarin smaak, malsheid en kwaliteit samenkomen. Daarbij kijken we verder dan alleen ras of marmering. De spier, hoeveelheid bindweefsel, vetverdeling, rijping en uiteindelijk ook de bereiding bepalen samen wat je op je bord ervaart.

Als vijfde generatie slager weet Matthijs van der Pijl dat je goed vlees nooit op één eigenschap kunt beoordelen. In dit artikel nemen we je daarom mee in de belangrijkste factoren die de malsheid van vlees bepalen. Niet alleen om uit te leggen wat vlees mals maakt, maar vooral zodat je deze kennis zelf kunt gebruiken bij het kiezen en bereiden van vlees.

Wat bedoelen we met mals vlees?

Malsheid gaat over hoeveel kracht nodig is om vlees te bijten en te kauwen. Hoe gemakkelijker de structuur tijdens het eten uiteenvalt, hoe malser we vlees doorgaans ervaren.

Vlees bestaat onder andere uit spiervezels, bindweefsel, vocht en vet. De verhouding en structuur daarvan verschillen per spier en per dier. Dat verklaart waarom twee stukken rundvlees een totaal andere eetervaring kunnen geven.

Goed om te weten: malsheid en smaak zijn niet hetzelfde. Een ossenhaas staat bekend om zijn uitzonderlijke malsheid, terwijl andere delen juist meer structuur hebben en een uitgesproken vleessmaak kunnen bieden. Het meest malse vlees is dus niet automatisch het vlees dat jij het lekkerst vindt.

In één oogopslag

Wat bepaalt de malsheid van vlees?

Malsheid ontstaat nooit door één factor. Dit zijn de belangrijkste onderdelen die samen bepalen hoe een stuk vlees uiteindelijk eet.

Spier Minder intensief gebruikte spieren zijn vaak van nature malser.
Bindweefsel Veel collageen geeft bij een korte bereiding meer weerstand.
Spiervezels Grove en lange vezels zorgen doorgaans voor meer beet.
Marmering Draagt vooral bij aan sappigheid, smaak en mondgevoel.
Ras & dier Genetica, leeftijd en ontwikkeling beïnvloeden de vleesstructuur.
Rijping Natuurlijke enzymen kunnen de spierstructuur malser maken.
Bereiding Tijd en temperatuur moeten passen bij het specifieke stuk vlees.
Aansnijden Dwars op de draad snijden verkort de vezels in iedere hap.
01 · DE BASIS

De spier bepaalt de basis

Een van de belangrijkste factoren is simpelweg waar het vlees vandaan komt op het dier. Een spier die veel arbeid verricht, heeft andere eigenschappen dan een spier die nauwelijks zwaar wordt belast.

De ossenhaas is daarvan het bekendste voorbeeld. Deze spier wordt relatief weinig belast en bevat weinig stevig bindweefsel. Daardoor is ossenhaas van nature bijzonder mals.

Spieren uit bijvoorbeeld de schouder, borst en poten worden veel intensiever gebruikt. Zij hebben meer stevigheid en ondersteuning nodig en bevatten doorgaans meer bindweefsel. Dat geeft het vlees meer structuur en vraagt vaak om een andere bereiding.

Wat heb je hier als vleesliefhebber aan?

Bedenk bij het kiezen van vlees eerst welke eetervaring je zoekt. Wil je vooral een zeer fijne, zachte structuur, dan ligt een van nature mals deel zoals ossenhaas voor de hand. Zoek je juist meer bite en een uitgesproken vleesstructuur, dan kunnen andere delen interessanter zijn. De plek van de spier op het dier vertelt je veel over wat je uiteindelijk op je bord krijgt.

02 · BINDWEEFSEL

Van stevig naar boterzacht

Bindweefsel ondersteunt en verbindt de verschillende structuren in een spier. Een belangrijk eiwit in dat bindweefsel is collageen.

Bij een korte bereiding blijft veel van dit bindweefsel stevig. Een bindweefselrijk stuk vlees kort bakken alsof het een ossenhaas is, kan daarom een taaie eetervaring opleveren. Dat betekent absoluut niet dat het vlees van mindere kwaliteit is.

Bij een lange bereiding met voldoende tijd en warmte verandert collageen geleidelijk en kan gelatine ontstaan. Hierdoor verandert de structuur van het vlees sterk. Dat verklaart waarom bijvoorbeeld brisket, sukade en short ribs na urenlang langzaam garen uiteindelijk bijzonder zacht kunnen worden.

Wat heb je hier als vleesliefhebber aan?

Beoordeel vlees altijd in combinatie met de bereidingsmethode. Een stuk dat na enkele minuten bakken stevig is, kan na een lange bereiding juist fantastisch zacht worden. Veel bindweefsel is dus niet per definitie een nadeel. Het vertelt je vooral dat het vlees tijd nodig heeft.

03 · SPIERVEZELS

De structuur en richting van de spiervezels

Kijk eens goed naar een rauwe bavette en je ziet vaak duidelijk in welke richting de spiervezels lopen. Dit noemen we ook wel de draad van het vlees.

Sommige delen hebben relatief fijne vezels, terwijl bijvoorbeeld bavette bekendstaat om een duidelijk zichtbare, grovere structuur. Wanneer je met de draad mee snijdt, blijven de spiervezels relatief lang. Tijdens het eten moeten je tanden die lange vezels vervolgens doorsnijden.

Snijd je dwars op de draad, dan maak je de spiervezels vooraf al korter. Daardoor is tijdens het kauwen minder kracht nodig en ervaar je hetzelfde vlees als malser.

Wat heb je hier als vleesliefhebber aan?

Bekijk vóór de bereiding alvast in welke richting de vezels lopen. Snijd vooral grofvezelige steaks na de bereiding dwars op de draad. Je verandert niets aan de kwaliteit van het vlees, maar wel aan de malsheid zoals je die tijdens het eten ervaart.

04 · MARMERING

Marmering en vet

De kleine vetadertjes die door het spierweefsel lopen noemen we intramusculair vet, beter bekend als marmering.

Marmering is belangrijk voor de eetkwaliteit van vlees. Tijdens de bereiding warmt het vet op en draagt het bij aan smaak, sappigheid en een rijke mondbeleving. Sterk gemarmerd vlees, zoals Wagyu, kan daardoor een uitzonderlijk zachte en rijke eetervaring geven.

Toch is er een belangrijke nuance: veel marmering is niet automatisch hetzelfde als veel malsheid. Een zeer malse ossenhaas kan relatief weinig marmering bevatten. Andersom kan een sterk gemarmerd stuk vlees een grovere spierstructuur hebben en daardoor meer beet geven.

Wat heb je hier als vleesliefhebber aan?

Laat je niet uitsluitend leiden door de hoeveelheid zichtbare marmering. Marmering zegt veel over rijkdom, sappigheid en smaak, maar spierstructuur en bindweefsel blijven belangrijk voor de uiteindelijke malsheid. Kijk dus naar het totaalplaatje.

05 · RAS & GENETICA

Ras en genetische aanleg

Ook het ras van het dier kan invloed hebben op de uiteindelijke eigenschappen van het vlees. Runderrassen verschillen onder andere in spieropbouw en aanleg voor intramusculair vet.

Wagyu is daarvan een duidelijk voorbeeld: deze runderen staan bekend om hun genetische aanleg om veel intramusculair vet te ontwikkelen. Andere rassen worden juist gewaardeerd om hun combinatie van vleesstructuur, smaak en vetverdeling.

Toch vertelt de naam van een ras nooit het volledige verhaal. Binnen hetzelfde ras kunnen verschillen bestaan door onder andere genetica, voeding, leeftijd, houderij en selectie.

Wat heb je hier als vleesliefhebber aan?

Gebruik het ras als één aanwijzing voor wat je van vlees kunt verwachten, maar niet als absoluut kwaliteitsstempel. Een bekende rasnaam maakt een steak niet automatisch mals. De specifieke spier, marmering, rijping en bereiding blijven minstens zo belangrijk.

06 · HET DIER

Leeftijd, voeding en leefomstandigheden

De structuur van vlees wordt ook beïnvloed tijdens het leven van het dier. Onder andere leeftijd, voeding, beweging en groeisnelheid hebben invloed op de ontwikkeling van spieren, vet en bindweefsel. Naarmate dieren ouder worden, kan bindweefsel bijvoorbeeld sterker worden.

Dat betekent niet dat vlees van oudere dieren per definitie minder goed is. Het kan juist een krachtige en uitgesproken smaak ontwikkelen. De structuur en gewenste bereidingsmethode kunnen alleen anders zijn.

Ook voeding speelt een rol in de ontwikkeling van het dier en de uiteindelijke eigenschappen van het vlees.

Wat heb je hier als vleesliefhebber aan?

Herkomst en voeding vertellen je veel, maar ook hier bepaalt één kenmerk nooit de volledige kwaliteit. Grasgevoerd, graangevoerd, jong, ouder of een specifiek ras: uiteindelijk gaat het om de combinatie van dier, spier, vetontwikkeling, verwerking en rijping.

07 · RIJPING

Rijping kan vlees malser maken

Ook nadat het dier is geslacht, verandert de structuur van het vlees verder. Tijdens het rijpingsproces zijn natuurlijke enzymen actief die bepaalde eiwitten in de spierstructuur afbreken. Daardoor verandert de structuur van het vlees en kan het malser worden.

Bij wet aging rijpt vlees vacuüm verpakt. Hierdoor blijft het vocht grotendeels in de verpakking en kan het vlees onder gecontroleerde omstandigheden verder rijpen.

Bij dry aging wordt vlees gedurende langere tijd onder nauwkeurig gecontroleerde omstandigheden gerijpt. Temperatuur, luchtvochtigheid en luchtcirculatie spelen daarbij een belangrijke rol. Naast veranderingen in structuur heeft dry aging ook een duidelijk effect op smaak en vochtgehalte.

Rijping kan dus bijdragen aan malsheid, maar maakt niet ieder stuk vlees onbeperkt steeds malser. De spier en de kwaliteit van het uitgangsproduct blijven belangrijk.

Wat heb je hier als vleesliefhebber aan?

Wanneer je serieus naar een steak kijkt, zijn ras en herkomst niet de enige interessante vragen. Ook hoe het vlees is gerijpt vertelt iets over de uiteindelijke eetervaring.

08 · BEREIDING

De bereiding bepaalt wat er op je bord gebeurt

Zelfs een prachtig en van nature mals stuk vlees kan tegenvallen wanneer het verkeerd wordt bereid. Tijdens verhitting veranderen de eiwitten in het vlees. Naarmate een steak verder doorgaart, verandert de structuur en wordt meer vocht uit het spierweefsel gedreven.

Voor steaks die bedoeld zijn om kort te bakken, is controle over de kerntemperatuur daarom belangrijk. Bij bindweefselrijke delen werkt het juist anders. Daar is tijd nodig om de structuur van het bindweefsel te veranderen en het vlees zacht te laten worden.

De betere vraag is niet alleen: “Hoe krijg ik mijn vlees mals?”
Maar vooral: welke bereiding past bij dit specifieke stuk vlees?

Wat heb je hier als vleesliefhebber aan?

Stem de bereiding af op de structuur van het vlees. Van nature malse steaks kun je kort en relatief heet bereiden en nauwkeurig op kerntemperatuur garen. Bindweefselrijke delen profiteren juist van een langere bereiding.

09 · RUSTEN

Laat een steak na het bakken rusten

Ook wanneer een steak van de hittebron komt, stopt het proces niet onmiddellijk. De warmte verplaatst zich nog door het vlees en de kerntemperatuur kan tijdens het rusten verder oplopen. Dit noemen we carry-over cooking.

Afhankelijk van onder andere de dikte van het vlees en de gebruikte bereidingsmethode kan de kerntemperatuur tijdens het rusten nog enkele graden stijgen. Daarom is het verstandig een steak iets vóór de gewenste eindtemperatuur van de hittebron te halen.

Wat heb je hier als vleesliefhebber aan?

Denk niet alleen aan de temperatuur waarop je de steak van de barbecue of uit de pan haalt, maar aan de uiteindelijke temperatuur op het moment dat je hem eet. Houd rekening met carry-over cooking en geef de steak na het bakken even rust.

10 · AANSNIJDEN

De laatste stap: snijd het vlees goed aan

Je hebt prachtig vlees gekocht. Het zorgvuldig op temperatuur gebracht. De juiste kerntemperatuur geraakt. Het vlees laten rusten. Dan kun je bij het aansnijden alsnog verschil maken.

Vooral bij steaks met duidelijke lange spiervezels is de snijrichting belangrijk. Door dwars op de draad te snijden verkort je de vezels die je tijdens het eten moet doorbijten. Bij een fijnvezelige ossenhaas is het verschil minder uitgesproken. Bij een bavette kan het verschil enorm zijn.

Wat heb je hier als vleesliefhebber aan?

Maak van het aansnijden een bewust onderdeel van de bereiding. Kijk naar de richting van de vezels en snijd ze dwars door. Zeker bij grofvezelige stukken is dit een van de eenvoudigste manieren om het vlees merkbaar malser te laten eten.

De conclusie

Wat maakt vlees nu écht mals?

Er bestaat niet één eigenschap waaraan je mals vlees kunt herkennen. De uiteindelijke malsheid is het resultaat van een hele keten:

Spier → bindweefsel → spiervezels → ras en dier → marmering → rijping → bereiding → rusten → aansnijden

Sommige factoren liggen al vast voordat het vlees bij ons binnenkomt. Andere heb je als vleesliefhebber volledig zelf in de hand. Daarom is het minstens zo belangrijk om te begrijpen welk stuk vlees je voor je hebt als om simpelweg een goed stuk vlees te kopen.

Een ossenhaas behandel je anders dan een bavette. Een brisket vraagt om een totaal andere bereiding dan een ribeye. En een prachtig gemarmerde steak kan alsnog tegenvallen wanneer je hem te ver doorgaart of verkeerd aansnijdt.

Zo haal je maximale malsheid uit je vlees

Begin bij het kiezen van vlees met de vraag welke eetervaring en bereiding je voor ogen hebt. Kijk vervolgens naar de spier, structuur, hoeveelheid bindweefsel en marmering en verdiep je waar mogelijk in herkomst en rijping.

Daarna heb je zelf verrassend veel invloed op het eindresultaat.

Kies een bereidingsmethode die bij het vlees past, controleer je kerntemperatuur, geef het vlees waar nodig voldoende tijd, laat een steak na het bakken rusten en snijd grofvezelig vlees altijd dwars op de draad.

Uiteindelijk draait mals vlees daarom niet alleen om kwaliteit, maar ook om kennis van het product.

Wie begrijpt hoe een stuk vlees is opgebouwd, kan beter beoordelen wat hij koopt én hoe hij het moet bereiden. En juist daar zit vaak het verschil tussen een goede steak en een steak waar je werkelijk alles uit haalt.